Licht

13 April 2020

In deze speciale Paasdagen, stond ik even stil bij “licht”. Wat doet dat met ons, licht? Los van elke religieuze connotatie.

Er is veel licht, zonlicht, deze dagen. En dat brengt warmte mee. Door het zomeruur is de tred naar de zomer terug goed en wel ingezet. Vanaf pakweg half maart tot half september is de dag langer dan de nacht. Dat is een eenvoudig natuurverschijnsel. Mensen worden daar doorgaans vrolijk van.

Maar er is geen licht zonder donker. En in deze corona-tijd is er veel duister, lijden, dood. Er is pijn, verdriet, onbegrip, ontreddering.

En dan hoor je de paus en Queen Elisabeth beiden over het licht praten. “Hoe donker de dood ook kan zijn, vooral voor degenen in rouw, het licht en het leven zijn groter”. De Paaskaars als symbool voor hoop.
Het is vanzelfsprekend minder donker wanneer je een kaars aansteekt.
Licht kan je op verschillende manieren interpreteren, zowel letterlijk als figuurlijk. Licht kan je invullen als : hoop, liefde, kracht, moed, doorzettingsvermogen. En daar ligt de puurste natuur van de mens. Het veel grotere.

En het is dàt wat corona vanuit de duisternis diep belicht! De mens is tot veel in staat.
“A man can be destroyed but not defeated” (Ernest Hemingway). Een mens kan geknakt en gehavend zijn, maar zal vanuit zijn natuur, zijn levenskracht, telkens herrijzen. Een mens is niets anders dan een deel van de natuur. Kijk naar de natuur. Al is een boom afgeknakt door de wind, toch komen er zijscheuten aan in de lente. Al lijkt een woestijn verdord, na een minieme regenbui schieten overal plantjes en bloemen op!
Duisternis heeft nooit het laatste woord. Het is het licht dat duisternis naar een ander niveau tilt.
Misschien heeft de mens fundamenteel schrik dat het voor altijd duister zal zijn. Absolute duisternis, nooit meer licht. De vraag is of dat bestaat. Misschien alleen in bepaalde polaire gebieden op bepaalde periodes van het jaar wanneer de zon gewoon niet opkomt. Maar dat is het hem nu net. Het duurt maar een bepaalde periode. En in de nacht zijn er sterren en maan, als er geen wolken zijn. Het licht komt altijd terug.

Dat kan je ook van het donker zeggen, hoor ik je denken.
Klopt, want ze zijn inherent aan elkaar verbonden. Er is geen donker zonder licht, er is geen licht zonder donker. Er is geen yin zonder yang, en omgekeerd. Het is haast een 1-eiige tweeling. Er is geen koud zonder warm. Er is geen lang zonder kort. Het ene bestaat niet zonder het andere. Meer nog, het ene bestaat dòòr/ dankzij het andere! Dus dat kan een troost zijn: in het diepste donker van de nacht, van het leven, is er de zékerheid dat er ook licht is.

Licht op een ander niveau bekeken, staat voor bewustzijn, een soort van ‘klaar zicht’, helderheid van gedachten, van oorsprong. En daar is wel iets anders mee aan de hand! Eens je bewustzijn hebt verkregen, raak je het niet meer kwijt, leer je het niet meer af. Eens je ergens een “aha-Erlebnis” had, een Eureka!, eens je ergens het ‘licht’ zag, een eurocentje dat viel, heb je een inzicht verworven in iets wat je nooit meer verliest. Het mag dan nog zo duister worden rond je, het wordt nooit meer zo donker als voorheen. Omdat je nieuw verworven bewustzijn er blijft doorheen schijnen.

Het licht verlicht ’s nachts de weg die je bewandelt; het is een vorm van begeleiding, een hulp. Als de weg kronkelt, dan zie je dat tenminste. Het licht trekt de weg niet recht, maar je bent beter voorzien. Het schijnt ook vòòr je uit, als een soort kompas, een GPS, een richtingaanwijzer.

Licht, samen met stilte, is een magische mix. Het is mijns inziens een snelweg naar inzicht en daardoor geluk. Je ziet dingen klaar en je hebt de tijd en ruimte om alles goed te laten inwerken en doorsijpelen. Of eventueel vorm laten nemen.

Het licht in iemands ogen, wat is dat? Dat is levensvreugde, blijheid, fonkeling, liefde, guitigheid, de ziel die straalt, geluk.

Ik wens je, beste lezer, licht - in al zijn betekenissen.